Aantal porties
80 g
1
125 g
1 tl
2
100 g
1 tl
¼ tl
2 el
bakpapier
bakkwast
Verwarm de oven voor op 180 °C. Hak de amandelen grof. Boen de citroen schoon en rasp de gele schil. Zeef de bloem en het bakpoeder boven een grote kom. Voeg het ei, de kristalsuiker, het citroenrasp, vanille-extract en zout toe en kneed tot een samenhangend deeg.
Meng de amandelen door het deeg. Bestuif het werkblad en je handen licht met bloem. Verdeel het deeg in 3 stukken en rol uit tot 3 lange rollen van 25 cm. Leg met voldoende tussenruimte op een met bakpapier beklede bakplaat en druk een beetje plat, zodat ze op broodjes lijken.
Splits het andere ei (het eiwit gebruik je niet), klop de eidooier los en meng met het water. Bestrijk het deeg lichtjes met de eidooier met een bakkwast en bak ca. 15 min. in de oven.
Haal uit de oven en snijd de rollen direct in schuine plakjes van 1 cm dik. Doe dit snel, anders worden de rollen te hard. Verlaag de oventemperatuur naar 130 °C.
Verdeel de koekjes met de snijkant omhoog over een met bakpapier beklede bakplaat. Bak in ca. 15 min. in de oven goudbruin en totdat de koekjes wat donkerder langs de randen zijn. Laat in ca. 30 min. helemaal afkoelen.